Gemeenten en burgers worden buiten spel gezet

Afgelopen week was overal in de media het bericht dat het ministerie van Economische Zaken wetgeving wil maken om de toenemende hoeveelheid straling door de komst van 5G te reguleren. Dat lijkt op zich goed nieuws voor onze gezondheid. Maar wat vooral opvalt is dat het ministerie van Economische Zaken met wetgeving komt, en NIET het ministerie van Volksgezondheid (VWS). Het gaat hier dus om economische belangen die geregeld moeten worden en niet de gezondheid van burgers die beter beschermd moet worden.

Wat wordt er nu eigenlijk gereguleerd?

In november 2017 zijn er door het ministerie van Economische Zaken diverse ‘Rondetafelsessies’ georganiseerd. Uit de Impressie van deze Rondetafelsessies blijkt dat er met name gesprekken zijn geweest met belanghebbende telecomproviders, energiebedrijven en andere commerciële bedrijven. En dus geen sessies met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Stichting EHS (die opkomt voor de belangen van stralingsgevoelige mensen) of onafhankelijke wetenschappers en artsen.

Uit het verslag van deze Rondetafelsessies blijkt dat de insteek is dat Nederland als koploper op het gebied van digitale connectiviteit wordt gezien. En dat de vraag is hoe de Rijksoverheid er aan kan bijdragen dat Nederland bij die absolute top blijft behoren. Het gezamenlijke streven van de Rijksoverheid en de commerciële bedrijven is snelle draadloze verbindingen ‘overal en altijd’. Het gaat hier dus niet over onze gezondheid.

Het ministerie overweegt wel om landelijke normen voor elektromagnetische velden wettelijk vast te leggen. Maar staatssecretaris Mona Keijzer heeft al aangegeven dat dit de situatie niet zal veranderen, aangezien de richtlijnen van het Antenneconvenant (met de enorm hoge blootstellingsnormen) nu ook al worden aangehouden. Bij deze normen wordt echter uitgegaan van de opwarmingseffecten en niet van de biologische effecten die straling heeft op ons lichaam.

Belemmeringen voor de uitrol van 5G

De belanghebbende commerciële bedrijven zien als belemmeringen voor een gemakkelijke uitrol o.a. dat zij aanlopen tegen verschillen in vergunningseisen, lokaal beleid, legeskosten en procedures bij gemeenten. Elke gemeente stelt zijn eigen eisen, waardoor ook de doorlooptijd voor het verlenen van vergunningen kan oplopen. En gemeenten blijken terughoudend in het verlenen van toegang omdat dit botst met andere belangen.

Verder werd er door partijen vooral aangegeven dat de nieuwe Omgevingswet meer flexibiliteit en beslismacht aan gemeenten zou kunnen geven, wat de versnippering in het beleid in de hand kan werken. Gemeenten zouden bijvoorbeeld hun eigen stralingsnormen kunnen gaan stellen, wat voor de uitrol tot problemen zou kunnen leiden.

Daarnaast blijkt er vaak weinig belangstelling bij woningcorporaties en private grondeigenaren voor de plaatsing van een antenne en worden verschillende huurprijzen/grondprijzen doorberekend. Ook verwachten zij weerstand van bewoners vanwege esthetische- en gezondheidsredenen.

Oplossingen volgens de belanghebbenden

De overheid zou volgens de bedrijven drempels om te investeren moeten wegnemen, door het versoepelen en ‘harmoniseren’ van het lokale vergunningsbeleid. Dit bekent dus dat de gemeente het beleid niet meer zelf kan bepalen. Daarnaast willen zij dat de Rijksoverheid meer verplichtingen aan gemeenten oplegt voor toegang tot netwerken.

Ten aanzien van de nieuwe Omgevingswet willen zij dat deze zaken centraal geregeld gaan worden. Zij vinden dan ook dat de Rijksoverheid de dialoog moet aangaan met de gemeenten, zodat ook zij de landelijke ambities en doelen zullen gaan volgen. Aangezien de telecombedrijven volgend jaar miljarden voor de vergunningen van de frequenties zullen moeten gaan betalen, zal de overheid deze bedrijven goedgezind willen zijn. Ook hier geldt tenslotte: ‘Wie betaalt, bepaalt.’

Zie ook dit korte fragment van Zembla waarin de ex-topmannen van Telfort en KPN verklaren dat zij destijds bij de uitrol van UMTS onderlinge afspraken hebben gemaakt met de overheid om de bevolking buiten spel te zetten.

Vanwege de verdichting van het antenne-netwerk verwachten de bedrijven dat de discussie over gezondheid weer zal oplaaien. Zij vinden dat de Rijksoverheid het debat hierover ‘in goede banen moeten leiden‘. Dat is dus iets heel anders dan je serieus bezig houden met de gezondheidseffecten van straling. En ook nergens wordt gesproken over het naleven van het voorzorgsprincipe zoals de Raad van Europa heeft geadviseerd.

Actieplan ministerie

Als vervolg op de Rondetafelsessies heeft het ministerie een concept Actieplan Digitale Connectiviteit opgesteld. Hieruit blijkt dat het kabinet heeft erkend dat mobiele communicatie als basisbehoefte wordt gezien die ‘altijd en overal’ beschikbaar moet zijn. Zij zijn voornemens om een dekkingsverplichting op te nemen voor tenminste 98% van het oppervlak van elke gemeente. Daarnaast willen zij een minimaal voorgeschreven datasnelheid eisen, waar ook gemeenten zich verplicht aan moeten houden.

Dit betekent dat gemeenten geen zeggenschap meer hebben in het lokale antennebeleid. Wat eigenlijk heel vreemd is, aangezien de Rijksoverheid juist allerlei (zorg)taken heeft overgedragen naar de gemeenten. Hierdoor hebben de gemeenten extra verantwoordelijkheden gekregen, terwijl ze daar in dit geval dan niet de bijbehorende bevoegdheden bij krijgen. De mogelijkheid om in te spelen op lokale situaties wordt hiermee onmogelijk gemaakt.

Uit de gemeenteraadsverkiezingen is juist gebleken dat de lokale politieke partijen de grote winnaars waren. Inwoners willen het zelf weer voor het zeggen hebben, zij willen zelf invloed hebben op hun leefomgeving. En dat wordt met deze voorgestelde wetswijzigingen onmogelijk gemaakt. Oftewel, de gemeenten en burgers worden ook nu weer buiten spel gezet.

De Rijksoverheid zou de gezondheid van burgers juist voorop moeten stellen. Zij zou er voor moeten zorgen dat er stralingsarme plekken blijven bestaan. Zodat mensen die last hebben van straling niet gedwongen worden tot een kluizenaarsbestaan of moeten emigreren naar het buitenland, waar de stralingsnormen veel lager liggen. En er zou juist geïnvesteerd moeten worden in (bedrade) glasvezelnetwerken, zodat er minder zendantennes geplaatst hoeven te worden. En in onderzoek en integratie van LiFi (dat is een veel minder schadelijke draadloze zendtechniek op basis van licht). En zo zijn er nog veel meer zaken die de overheid kan oppakken om daadwerkelijk goed te zorgen voor de volksgezondheid.

Vragenlijst ministerie

Het is nog niet te laat. Het ministerie heeft een vragenlijst samengesteld waar niet alleen de belanghebbenden, maar ook alle andere geïnteresseerden op kunnen reageren. Het ministerie wil dus ook jouw mening horen. Je kunt tot uiterlijk 11 april 2018 reageren via de website www.internetconsultatie.nl/connectiviteitsplan. Klik daar rechts bovenin op ‘Reageren op consultatie’. Je hoeft niet de hele vragenlijst in te vullen, je kunt gewoon je persoonlijke reactie uploaden (of ter plekke intypen) en je naam, e-mailadres en woonplaats invullen.

Dus als jij ook zeggenschap wilt blijven houden over de komst van 5G in jouw eigen leefomgeving dan is het heel belangrijk dat je via deze website jouw mening (en bezorgdheid) deelt met het ministerie. Deze input zal dan nog worden meegenomen in het Actieplan Digitale Connectiviteit. Het actieplan wordt rond de zomer gepubliceerd.

Silvia Belgraver

N.B. Er zijn uiteindelijk 239 openbare reacties ingediend. Lees hier de reactie van de Stichting Elektrohypersensitiviteit (mede-ondertekend door Stralingsbewust Zuid-Kennemerland), de Vereniging Meetspecialisten Straling en  mijn persoonlijke reactie.

Lees ook: het bericht over het definitieve Actieplan dat op 3 juli 2018 is gepubliceerd.

Zie voor meer informatie over 5G onze nieuwsberichten van 20 september 2017 en 31 december 2017.